Terugblik opgraving Leidsenhage-Berberis.

Op dinsdag 22 maart 2016 zijn 10 archeologen begonnen met het open leggen van de eerste opgravingsput; geholpen door een 21 ton graafmachine. Na drie dagen graven waren al meer dan 5000 vondsten gedaan, variërend van vuurstenen gereedschap tot scherven van aardewerkpotten. Ook botten van zoogdieren en wilde dieren zijn gevonden.

De opgraving begon met het verwijderen van de bovenlaag, die hier circa 80 cm dik is en die uit opgespoten zand en veen bestaat. Op 80 cm diepte is het maaiveld van circa 3000 voor Chr. teruggevonden; in ongeschonden toestand. Volgens plan hebben de archeologen vervolgens 108 vakjes van 50 bij 50 cm uitgezet. Uit ieder vakje zijn drie laagjes van 5 cm dik verzameld. De uitgegraven laagjes zijn in zakken gestopt, die in ‘kooien’ zijn verzameld en op transport naar Moordrecht zijn gezet. Daar bevindt zich de zeefinstallatie, waar de grond over 2 mm maaswijdte wordt gezeefd, zodat ook de kleinste voorwerpen kunnen worden teruggevonden. Bijvoorbeeld de verkoolde schilletjes van hazelnoten en hele kleine splintertjes die bij de bewerking van vuursteen vrijkomen.

Nadat deze zeefmonsters zijn verzameld is met behulp van de graafmachine het opgravingsvlak verdiept tot op het ‘blonde’ duinzand. Hierbij kwamen tientallen donkere vlekken tevoorschijn; de stille getuigen van voorraadkuilen, afvalkuilen, paalkuilen en greppels die ooit deel uitmaakten van de nederzetting van de mensen van de zogenaamde Vlaardingen-cultuur. De archeologen hopen uit deze wirwar huisplattegronden en erven te kunnen reconstrueren. Ook kunnen zij uit de inhoud van deze kuilen en greppels aflezen waar ze precies voor dienden en waar voedselvoorraden uit bestonden.

De opgraving heeft aan het licht gebracht dat de mensen van de Vlaardingen-cultuur hier huisdieren hielden, zoals varken, schaap, geit, rund en mogelijk ook hond (als gezelschaps- of jachtdier). Ook zijn botten gevonden van waarschijnlijk wilde dieren. ‘Waarschijnlijk’, want de botten moeten nog bekeken worden door specialisten. Ook zijn scherven gevonden van eens grote en minder grote voorraadpotten en kookpotten. Een bijzondere vondst is een hamersteen voor het bewerken van vuursteen (archeologen noemen dit ook wel een ‘klopsteen’ of ‘percussiesteen’). Het moet deel hebben uitgemaakt van de gereedschapskist van een ambachtsman of vrouw die hiermee met chirurgische precies vuursteen bewerkte tot pijlpunten, schrabbers, priemen en messen. IJzer, koper, tin (met ijzer en tin kan je brons maken), zilver en goud waren deze mensen van de Vlaardingen-cultuur nog onbekend. Het vuursteen wordt daarom ook wel het staal van de steentijd genoemd.

Er is ook wat meer inzicht verkregen in de landschappelijke ligging van de nederzetting. De nederzetting ligt op een lage duin, die in een strandvlakte is opgewaaid en niet, zoals eerder werd gedacht, op een strandwal ligt. Dit verklaart wellicht ook waarom de nederzetting relatief nog zo goed bewaard is gebleven. Het duintje ligt namelijk lager dan de strandwallen, die door hun hoge ligging erg kwetsbaar zijn voor bodemingrepen. Veel nederzettingen zijn hier dan ook verstoord als gevolg van afzanden, omputten en de aanleg van woonwijken.

Alle vondsten worden momenteel schoongemaakt en nader onderzocht. Als alles in kaart is gebracht (naar verwachting over ca. één jaar) wordt de balans opgemaakt en zal verslag worden gedaan van wat al het graafwerk heeft opgeleverd.